De achtbaan van het zelfbouwen



 
Het is nog twee weken tot de eerste paal van ons eigen zelfbouwhuis. Een dubbel gevoel. Aan de ene kant een afronding van een intensieve zoektocht van een jaar, samen met de architect, naar wat écht ‘ons huis’ zou kunnen zijn. Aan de andere kant de start van wat de maanden der waarheid zullen worden: is het inderdaad écht ons huis dat we gaan bouwen?


‘Ons’: dat ben ik, Marije, mijn man Tijn, Lina van zeven en Rosan van vier. En een zoon die binnenkort geboren wordt. Een huis voor ons vijven, en als het even kan heel veel vrienden, vriendjes, familie en buren. Het uitgangspunt van het huis: de schuur. Een grote ruimte waarin in beginsel alles kan. Waar je door het plaatsen van een enkel muurtje, een ruimte functie geeft. Maar waarin functies ook door elkaar mogen lopen. Een entree die tegelijk berging en bijkeuken is. Een keuken die door de veranda aan de straat ook een beetje buurtkroeg wordt. En vooral: heel veel ruimte om te rommelen en rotzooien.

De eerste paal. Het voelt alsof we bovenop de achtbaan zijn beland. Het afgelopen jaar was het langzaam takelen, steeds hoger, naar boven. Van het eerste overleg met de architect, de intensieve gesprekken van Tijn en mij, vaak vlak voor het slapen gaan, over ruimtes, materiaal, indeling. Vijf maquettes en een veelvoud aan tekeningen. Onderhandelen en tegelijkertijd een goede relatie opbouwen met de aannemer. Planning en plattegronden maken. We lopen al ruim een jaar op het slappe koord van het zelfbouwen. Een jaar van ontzettend veel leren. En van dromen over de houtkachel en wakker liggen van de hypotheek.

Daar staan we nu bovenaan, met achter ons een sliert bomvolle achtbaankarretjes met besluiten, waarvan de allerlaatste nog de hoogste hobbel over moet. We kijken voor ons. Dit wordt geweldig! denkt een deel van mij. Wauw! Maar ook: zweethanden. Ik kan niet meer terug. Nu moet ik me eraan overgeven. Mijn maag knijpt wat samen. Niet aan denken…
Wat zeg ik nou, niet aan denken? Juist wel aan denken! Overal aan denken! Wij zijn de opdrachtgever! Lijstjes aanleggen! Mailtjes maken! Begroting bijwerken! Kranen, kleuren, kozijnen kiezen! En ook nog een naam voor onze zoon!

Keuzestress is een understatement als je zelf gaat bouwen. Bouwen kan niet besluiteloos. Alles moet door je handen. En als je niet uitkijkt, lijkt alles ook even belangrijk. Van stopcontacten tot dorpels tot de diepte van je negge*- ja, de terminologie moet je je werkenderweg ook eigen maken. Gelukkig zijn wij gezegend met Marchel en Vincent, de architecten die ons van abstract naar concreet, van grof naar fijn, van houtskelet naar douchescherm begeleiden. En ons vooral hielpen om het werkelijke hart van het huis te vinden en daarna langzaam naar de buitenkant te meanderen. Een waanzinnig leuke zoektocht die ons ook veel leerde, niet alleen over hoe we willen wonen, maar ook hoe wij willen leven.

En dan wordt het, bovenin de achtbaan, rustig in mijn hoofd. Er gebeurt even niets. Ik kijk om me heen, op dit point of no return. Het uitzicht? Dat is geweldig. Daar, in de verte: Sinterklaasavond bij de houtkachel. En links: thuiskomen van fietsvakantie en alle kampeerspullen meteen in de schuur kwijt kunnen. Vlak voor ons: drie kinderen die tegelijk kunnen tandenpoetsen in de badkamer. Onder me: een zondagochtend met koffie op de veranda. En dat alles in kleuren waar ik blij van wordt: knaloranje, korenbloemblauw, rozerood. Ik knijp Tijn even.

Dan voel ik dat we vaart krijgen. Snel controleer ik de veiligheidsbeugels. Niet te strak, maar strak genoeg. Op weg zijn we naar de eerste bocht in de achtbaan van het zelfbouwen. De adrenaline giert door mijn keel. Ik geef een schreeuw. Het is fantastisch.

Marije van den Berg

-----

* Negge, de (ook: dag, dagkant, dagzijde): het binnenvlak van het materiaal dat een opening omsluit. Als men over een diepe negge spreekt betekent dit dat het kozijn sterk terugliggend is ten opzichte van het buitengevelvlak.